Op Curaçao deed de Nederlandse kolonisator vanaf de negentiende eeuw een vergaand beroep op de katholieke kerk. Missionarissen brachten niet alleen onderwijs en zielzorg voor de katholieke Afro-Curaçaoënaars, maar ook sociale orde en rust. Hier hing echter een prijskaartje aan.

De afstand tot goed onderwijs en maatschappelijk-politieke deelname bleef voor veel Curaçaoënaars groot, zegt historica Margo Groenewoud. Promotie op 15 juni, 2017. 

De koloniale inzet van de katholieke missie heeft de grote volksklasse van Afro-Curaçaoërs tot in de 21ste eeuw langdurig op achterstand gehouden,’ zegt promovenda Margo Groenewoud na oral history- en archiefonderzoek. Groenewoud is werkzaam aan de Universiteit van Curaçao en daarnaast buitenpromovenda aan de Universiteit Leiden.

Het onderwijs kende tot op heden een wettelijk vastgelegd dubbel onderscheid: tussen de scholen in de stad en in de buitendistricten, en tussen ‘arme’ en ‘betaalde’ scholen. Alleen op de betaalde scholen in de stad werd een volwaardig curriculum aangeboden door bevoegde fraters, zusters en politici.

Hetzelfde fenomeen voltrok zich over de afgelopen twintig jaar. Onderdrukking, vergezeld door roof en plunder variaties werden door de zogenaamde ‘ontwikkelaars’ tot stand gebracht. Met een werkeloosheid van ruim 40%, tierende (verborgen) armoede en groeide criminaliteit zijn daar de voorbeelden van geworden. De media draagt haar steentje bij aan de rekolonisatie proces.

De koloniale bezetters bepalen wie voor goede scholing in aanmerking komt. Dit was nadelig voor veel katholieke Afro-Curaçaoënaars, die zo’n 50 procent van de bevolking uitmaken. Op deze wijze waren zij overgeleverd aan een systeem van structurele uitsluiting en selectie, gebaseerd op Westerse en katholieke normen van wat goed en deugdzaam was.’

In de vooroorlogse decennia deelden kerk, bestuur en bedrijfsleven de overtuiging dat de Afro-Curaçaoënaars, waarvan de meerderheid in de buitendistricten leefde, niet veel aanleg voor, of behoefte aan, ontwikkeling hadden. Meer dan een minimum aan onderwijs werd zelfs onwenselijk gevonden.

Op het eiland bestond in deze jaren een grote angst bij het koloniaal bestuur en de industriëlen voor arbeidsonlust. Zij deden alles om blokvorming en kennisontwikkeling onder de lokale volksklasse tegen te gaan, en daarvoor was de inzet van de kerk instrumenteel.

De aanpak van de regeringspartij PAR was in de gehele bestudeerde periode niet structureel gericht op sociale ontwikkeling, ook toen dat elders in de regio wel gebeurde. Mede hierdoor heeft zich in grote delen van de samenleving geen maatschappelijk middenveld gevormd. 

Corrupte politici hebben het land en de toegang tot de zee aan derden geschonken. Zij hoeven voorts geen belasting af te dragen over hun inkomsten en/of winsten. Dit allemaal onder het motto van ontwikkeling. De economische deportatie werd op gang gebracht door prijsverhogingen door te drukken, terwijl de lonen en salarissen bevroren werden.

Deze vorm van etnische zuivering zien wij ook terug in het Midden Oosten, waar gehele volkeren verplaatst worden om de vijandige bezettings troepen de ruimte te bieden, zodat zij de zakken kunnen vullen en de macht naar zich toe kunnen trekken. Politici die zich daartegen verzetten (Wiels) worden gewoon omgebracht of op een andere wijze uitgeschakeld (Schotte).

Intussen werden alle lokale inkomstenbronnen aan buitenlandse entiteiten gechonken, onder het motto van de lokalen zijn corrupt en kunnen niets degelijks tot stand brengen. De lokale culturele waarden (zeehaven, vlieghaven en <vissers>stranden) en andere erfgoeden (Tafelberg) werden vernietigd of aan derden aangeboden en geleverd.

De lokale belastingbetaler mag nu de kosten van de infrastructuur vergoeden, zodat straks ook de hoeksteen van de NL’se invasie, de NL’se bejaarden zich op Curacao mogen komen vestigen. Hiervoor moest dan wel een nieuw ziekenhuis gebouwd worden op de kosten van de verarmde bevolking. De lokale media besteedt aan dit piramide spel geen aandacht, terwijl “DOS MUNDOS” de duivelse invasie ondersteunen.

De andere volksverraders zijn de politici die van alles en nog wat beloven, maar dit niet uitvoeren. Voordat tijdens de laatste verkiezingen de PAR de scepter weer overnam, werd tijdens de nep-campagne belooft de armoede en criminaliteit aan te pakken. Maar het CfT geeft aan dat daar nu ineens meer geen geld meer voor is?

De toeristen sector heeft een omzet van bijna fl.800 miljoen, maar deze gelden komen niet aan de burger toe. Misschien dat een gedeelte van de OB (6%) wat bijdraagt aan de eilandsbegroting, maar dat is een druppel op de gloeiende plaat.

De grote resorts en hotels eigenen als eco-terroristen de mooiste gebieden en landschappen tot zich toe, en geven daar in ruil niets voor terug, behalve de leugens die de fascistische media daarover verkondigd. Wel worden milieuvoorwaarden op grote schaal geschonden. Afval van deze sector beland in de zee of in de mondi. De winsten worden in NL opgestreken, omdat de reisburo’s daar de arangementen verkopen en afrekenen!

De Isla is de laatste strohalm en tevens inkomstenbron voor de samenleving, maar ook hier wordt de Chinees onder valse voorwenselen aan de kant geschoven door de PAR vertegenwoordigers cq landsverraders. Het spel is nog niet uitgespeeld, mede omdat hebzucht en diefstal op termijn niet lonen.

Crickey Conservation-Society / AA-Magnum Analyst Blog News 2017.

Leave a Reply